Een koelcel veilig en volgens HACCP reinigen? Volg 5 praktische stappen en voorkom schade aan panelen, sensoren, ventilatoren en verdamper.
Een professionele koelcel wordt dagelijks gebruikt voor de opslag van vlees, vis, zuivel, groenten, sauzen, dranken, bereide producten en verpakte voorraad. Vuil, gemorste vloeistoffen, beschadigde verpakkingen en condens kunnen zich daardoor snel ophopen.
Regelmatig de koelcel schoonmaken is belangrijk voor voedselveiligheid, productkwaliteit en een overzichtelijke bedrijfsvoering. Een verkeerde schoonmaakmethode kan echter schade veroorzaken aan isolatiepanelen, deurrubbers, temperatuursensoren, ventilatoren, elektrische onderdelen en de verdamper.
Een hogedrukreiniger, agressief chemisch middel of scherpe borstel kan bijvoorbeeld:
- de coating van een isolatiepaneel beschadigen;
- water in paneelnaden drukken;
- deurrubbers laten uitdrogen;
- elektrische componenten nat maken;
- kwetsbare lamellen verbuigen;
- een temperatuursensor beschadigen;
- vuil dieper in de verdamper drukken;
- corrosie of terugkerende storingen veroorzaken.
Een goede koelcel schoonmaak begint daarom niet met veel water, maar met een veilig plan.
De NVWA-richtlijnen voor voedselveilig werken geven aan dat keukens, opslagruimten en apparatuur regelmatig moeten worden gereinigd en waar nodig gedesinfecteerd. Vloeren, wanden en plafonds moeten bovendien goed reinigbaar zijn.
De exacte frequentie, middelen en registraties moeten passen bij uw eigen HACCP-plan of erkende hygiënecode. Onderstaande vijf stappen vormen een praktische basis voor het veilig reinigen van een commerciële koelcel.
In dit artikel leest u:
- hoe u producten en de installatie veilig voorbereidt;
- hoe u rekken, deur, wanden en plafond reinigt;
- hoe u vloer, hoeken en condensafvoer schoonmaakt;
- wat u wel en niet zelf aan de verdamper mag reinigen;
- hoe u desinfecteert, droogt, controleert en technisch onderhoud plant.
1. Bereid de schoonmaak voor en bescherm producten en installatie

Een veilige schoonmaak begint voordat het eerste oppervlak wordt gereinigd. Producten moeten beschermd blijven en medewerkers moeten weten welke technische onderdelen zij niet mogen aanraken.
Plan de schoonmaak op een geschikt moment
Plan een uitgebreide reiniging bij voorkeur:
- tijdens een rustig bedrijfsmoment;
- wanneer de voorraad beperkt is;
- vóór een nieuwe grote levering;
- wanneer voldoende reservekoeling beschikbaar is;
- volgens het schoonmaakplan van uw bedrijf;
- zonder dat deuren onnodig lang openstaan.
Een dagelijkse kleine reiniging van gemorste producten vraagt een andere aanpak dan een volledige periodieke schoonmaak waarbij rekken en losse onderdelen worden verwijderd.
Verplaats producten naar betrouwbare reservekoeling
Voedsel mag tijdens het schoonmaken niet langdurig ongekoeld blijven staan. Gebruik een aantoonbaar werkende koelkast, koelcel of andere geschikte tijdelijke opslag.
Controleer:
- de temperatuur van de reservekoeling;
- de temperatuur van gevoelige producten;
- of rauwe en bereide producten gescheiden blijven;
- of verpakkingen gesloten en intact zijn;
- of producten correct zijn gelabeld;
- hoe lang de schoonmaak naar verwachting duurt.
De NVWA geeft aan dat producten volgens de bewaartemperatuur op het etiket moeten worden opgeslagen. Ontbreekt deze informatie, dan noemt de NVWA voor gekoelde producten een temperatuur van 7°C of lager. Uw producteisen of hygiënecode kunnen een lagere temperatuur voorschrijven.
Registreer temperaturen volgens uw eigen voedselveiligheidsplan. De NVWA-uitleg over HACCP en hygiënecodes bevestigt dat bedrijven die voedsel bereiden, verwerken of verkopen met een HACCP-voedselveiligheidsplan of erkende hygiënecode moeten werken.
Bepaal of de koelinstallatie veilig moet worden uitgeschakeld
Schakel een vaste professionele koelinstallatie niet zomaar uit via een willekeurige stekker, schakelaar of beveiliging. De juiste procedure hangt af van het type installatie en de werkzaamheden.
Volg:
- de instructies van de fabrikant;
- uw bedrijfsprocedure;
- de aanwijzingen van de installateur;
- de veiligheidsinstructies bij elektrische onderdelen.
Wanneer in de buurt van ventilatoren, verwarmingselementen, elektrische aansluitingen of de verdamper wordt gewerkt, moet de installatie veilig worden geïsoleerd tegen onverwacht inschakelen. Laat dit bij twijfel uitvoeren door een bevoegde medewerker of koelmonteur.
Alleen de thermostaat op een andere waarde zetten is niet altijd hetzelfde als de installatie veilig spanningsloos maken.
Verzamel geschikte schoonmaakmaterialen
Gebruik materialen die passen bij de oppervlakken en uw hygiëneplan, bijvoorbeeld:
- kleurgecodeerde doeken;
- zachte borstels;
- niet-schurende pads;
- een vloerwisser;
- een geschikte emmer;
- absorberend materiaal;
- beschermende handschoenen;
- waarschuwingsbord voor een natte vloer;
- reinigingsmiddel dat geschikt is voor de gebruikte materialen;
- desinfectiemiddel wanneer uw schoonmaakplan dit vereist.
Gebruik aparte materialen voor vloer, afvoer, rekken en oppervlakken dicht bij voedsel. Zo verkleint u het risico dat vuil vanuit de afvoer of vloer naar schone rekken wordt verspreid.
Nu producten en installatie zijn beschermd, kan de daadwerkelijke reiniging van boven naar beneden beginnen.
2. Reinig rekken, deur, wanden en plafond van boven naar beneden

Begin met het verwijderen van los vuil voordat u water of reinigingsmiddel gebruikt. Daarmee voorkomt u dat stof, kartonresten en voedseldeeltjes veranderen in moeilijk verwijderbaar nat vuil.
Verwijder los vuil en beschadigde verpakkingen
Controleer de koelcel op:
- kartonresten;
- los verpakkingsmateriaal;
- voedseldeeltjes;
- gebroken verpakkingen;
- gemorste vloeistoffen;
- beschadigde etiketten;
- producten waarvan de houdbaarheid is verstreken;
- vuil onder en achter rekken.
Verwijder afval direct uit de koelcel. Gebruik niet dezelfde afvalzak of schoonmaakmaterialen voor schone oppervlakken.
Maak losse rekken en onderdelen apart schoon
Wanneer rekken volgens de instructies veilig kunnen worden verwijderd:
- Markeer waar ieder onderdeel hoort.
- Verwijder eerst los vuil.
- Reinig met een geschikt middel.
- Besteed aandacht aan verbindingen en onderzijden.
- Spoel of neem resten af volgens het productvoorschrift.
- Laat onderdelen volledig drogen.
- Controleer op roest, scherpe randen en beschadigingen.
Plaats natte rekken niet direct terug. Achtergebleven water kan opnieuw vuil vasthouden en condens- of corrosieproblemen veroorzaken.
Reinig deur, handgreep en deurrubber
De deur en handgreep worden vaak aangeraakt en verdienen daarom extra aandacht.
Reinig:
- binnen- en buitenzijde van de deur;
- handgreep;
- sluitmechanisme;
- deurkozijn;
- drempel;
- rubber en contactoppervlak;
- zichtbare scharnierdelen.
Gebruik bij het deurrubber een mild middel dat geschikt is voor het materiaal. Agressieve reinigers, oplosmiddelen en harde borstels kunnen het rubber uitdrogen, beschadigen of vervormen.
Controleer tijdens het schoonmaken op:
- scheuren;
- losse hoeken;
- hard of uitgedroogd rubber;
- blijvende vervorming;
- vuil achter de afdichting;
- een deur die niet gelijkmatig sluit;
- condens rond het kozijn.
Reinigen herstelt geen beschadigd rubber. Blijft de deur na reiniging lekken? Bekijk dan wanneer u het koelcel deurrubber moet vervangen.
Reinig wanden en plafond voorzichtig
Werk van boven naar beneden, zodat vuil water niet opnieuw over gereinigde delen loopt.
Gebruik:
- een zachte doek of niet-schurende pad;
- een beperkte hoeveelheid reinigingsoplossing;
- gecontroleerde druk;
- een middel dat geschikt is voor de coating van de panelen;
- schoon water wanneer naspoelen volgens het voorschrift nodig is.
Vermijd:
- staalwol;
- metalen schrapers;
- agressieve schuursponsjes;
- hogedrukreiniging;
- stoom direct op paneelnaden;
- grote hoeveelheden water;
- scherpe gereedschappen;
- sterk bijtende middelen zonder materiaalbeoordeling.
Bescherm naden en panelen
Isolatiepanelen zijn vaak voorzien van een beschermende coating en dampdichte verbindingen. Beschadiging kan vocht in de isolatieschil laten komen.
Spuit daarom geen water onder druk in:
- paneelnaden;
- hoekprofielen;
- plafondverbindingen;
- leidingdoorvoeren;
- beschadigde kitnaden;
- aansluitingen rond sensoren en verlichting.
Merkt u tijdens het reinigen roest, een openstaande naad, vervorming of condens op dezelfde plaats? Stop dan met nat reinigen rond deze plek en laat de constructie beoordelen. Het probleem kan verder gaan dan oppervlakkig vuil.
Wanneer wanden en rekken schoon zijn, kan de vloer worden aangepakt zonder vuil opnieuw door de ruimte te verspreiden.
3. Reinig vloer, hoeken en condensafvoer zonder wateroverlast

De vloer verzamelt vuil uit schoenen, wielen, verpakkingen en lekkende producten. Ook condenswater kan op de vloer terechtkomen wanneer een afvoer of deur niet goed functioneert.
Verwijder eerst droog en grof vuil
Verwijder vóór het dweilen:
- karton;
- plastic;
- productresten;
- etiketten;
- vet;
- glasscherven;
- los vuil onder rekken;
- materiaal rond de afvoer.
Controleer moeilijk bereikbare plaatsen zoals:
- vloer- en wandaansluitingen;
- onder stellingen;
- achter de deur;
- rond de drempel;
- onder de verdamper;
- rond de vloer- of condensafvoer.
Gebruik niet meer water dan nodig
Veel water maakt een koelcel niet automatisch schoner. Overtollig water kan:
- in naden en beschadigingen trekken;
- onder vloerpanelen komen;
- elektrische onderdelen bereiken;
- vuil naar moeilijk bereikbare plaatsen verspreiden;
- condens en luchtvochtigheid verhogen;
- langdurig op koude oppervlakken achterblijven;
- slipgevaar veroorzaken.
Gebruik een gecontroleerde hoeveelheid reinigingsoplossing en verwijder vuil water met een vloerwisser, waterzuiger of een andere methode die binnen uw schoonmaakprocedure is toegestaan.
Laat water niet naar de deuropening of onder panelen lopen.
Reinig hoeken en vloeraansluitingen
In hoeken kan zich vet, vuil of organisch materiaal ophopen. Gebruik een zachte borstel die de kit- en vloerverbindingen niet beschadigt.
Controleer direct op:
- open voegen;
- loslatende kit;
- beschadigde vloercoating;
- scheuren;
- roest;
- schimmel;
- terugkerende vochtplekken.
Een beschadigde vloer of open verbinding kan niet hygiënisch worden gehouden door alleen vaker schoon te maken. Laat structurele beschadigingen herstellen.
Controleer de condensafvoer
De condensafvoer verwerkt water dat bij de verdamper ontstaat. Een verstopping kan leiden tot een overlopende lekbak, geurproblemen en water op de koelcelvloer.
Controleer zichtbaar op:
- vuil rond de afvoeropening;
- voedselresten;
- slijm of aanslag;
- stilstaand water;
- een muffe geur;
- een losse afvoerslang;
- lekkage onder de verdamper;
- water dat na het reinigen snel terugkomt.
Verwijder alleen bereikbaar vuil volgens de onderhoudsinstructies. Gebruik niet zomaar agressieve ontstoppingsmiddelen, metalen draden, kokend water of perslucht. Daarmee kunt u leidingen, aansluitingen of de lekbak beschadigen.
Heeft u terugkerend water of vocht? Lees dan meer over de oorzaken van condens in de koelcel.
Maak schoonmaakmiddelen niet zelf sterker
Volg altijd de dosering, inwerktijd, temperatuur en naspoelinstructies op het etiket. Een hogere concentratie reinigt niet automatisch beter en kan oppervlakken beschadigen of gevaarlijke resten achterlaten.
Meng nooit verschillende reinigings- of desinfectiemiddelen. Werknemers moeten volgens Arboportaal de gebruiksvoorwaarden en veiligheidsinformatie van gevaarlijke stoffen volgen.
Na de vloer blijft het meest kwetsbare onderdeel over: de verdamper en de technische koelinstallatie.
4. Reinig de verdamper alleen binnen veilige grenzen

Zoeken naar verdamper reinigen ontstaat vaak wanneer stof, vet, schimmel, ijs of vuil zichtbaar is. De verdamper is echter geen gewone wand of rek.
Dit onderdeel bevat onder andere:
- kwetsbare metalen lamellen;
- ventilatoren;
- temperatuursensoren;
- elektrische aansluitingen;
- een lekbak;
- koudemiddelleidingen;
- soms elektrische ontdooiverwarming.
Verkeerd reinigen kan de luchtstroom verminderen, een leiding beschadigen of kortsluiting veroorzaken.
Wat medewerkers veilig kunnen controleren
Zonder onderdelen te openen of aan te raken kunt u controleren op:
- zichtbaar stof of vuil op de behuizing;
- ijsvorming;
- roest of corrosie;
- water in of onder de lekbak;
- een muffe geur;
- ventilatoren die vreemd klinken;
- beschadigde beschermroosters;
- schimmelachtige vervuiling;
- geblokkeerde luchtopeningen;
- losse verpakkingen rond de unit.
Maak foto’s van de vervuiling voordat deze wordt verwijderd. Dit helpt om te beoordelen of het om normale oppervlakkige vervuiling, condens, afvoerproblemen of een technisch defect gaat.
Oppervlakkige reiniging van de behuizing
Reinig alleen goed bereikbare buitenoppervlakken wanneer:
- de fabrikant dit toestaat;
- de installatie veilig is uitgeschakeld of geïsoleerd;
- ventilatoren niet onverwacht kunnen starten;
- elektrische onderdelen worden beschermd;
- u niet tussen de lamellen of in de unit hoeft te werken;
- het gebruikte middel geschikt is.
Gebruik een licht vochtige doek en geen directe waterstraal. Zorg dat geen vloeistof in ventilatoren, sensoren of aansluitkasten terechtkomt.
Wat u niet zelf moet doen
Probeer niet zelf:
- lamellen met een harde borstel schoon te schrobben;
- ijs met een mes of schroevendraaier te verwijderen;
- ventilatorbladen met de hand te draaien;
- een sensor te verplaatsen;
- beschermkappen te demonteren;
- een lekbak los te halen;
- chemisch middel in de verdamper te spuiten;
- de unit met een hogedrukreiniger schoon te maken;
- koudemiddelleidingen te buigen of verplaatsen;
- elektrische aansluitingen te openen.
Verbogen lamellen beperken de luchtstroom. Een beschadigde koudemiddelleiding kan leiden tot koelmiddelverlies en een kostbare reparatie.
Wanneer is professionele verdamperreiniging nodig?
Schakel een koelmonteur in wanneer:
- vuil diep tussen de lamellen zit;
- vet op de warmtewisselaar aanwezig is;
- ijsvorming terugkomt;
- de ventilator niet normaal draait;
- water uit de unit lekt;
- corrosie zichtbaar is;
- de luchtstroom zwak blijft;
- de temperatuur niet stabiel is;
- de verdamper onaangenaam ruikt;
- elektrische onderdelen moeten worden beschermd of gedemonteerd.
Professionele reiniging kan bestaan uit:
- veilig uitschakelen en afschermen;
- inspectie van lamellen en leidingen;
- gebruik van een geschikt verdamperreinigingsmiddel;
- gecontroleerd spoelen wanneer de installatie dit toestaat;
- reinigen van lekbak en condensafvoer;
- controle van ventilatoren en sensoren;
- herstel van verbogen lamellen waar mogelijk;
- controle op ijsvorming, corrosie en lekkage;
- test van temperatuur en luchtstroom na reiniging.
Laat tijdens technisch onderhoud ook de condensor beoordelen. Lees hiervoor meer over condensor reinigen bij een koelinstallatie.
Na de technische grenzen is de laatste stap het correct afronden, desinfecteren en registreren van de schoonmaak.
5. Desinfecteer waar nodig, laat alles drogen en controleer de werking

Reinigen en desinfecteren zijn niet hetzelfde.
- Reinigen verwijdert vuil, vet en productresten.
- Desinfecteren vermindert micro-organismen met een daarvoor toegelaten middel.
Desinfectie werkt niet goed op een oppervlak dat nog zichtbaar vuil is. Reinig daarom altijd eerst.
Gebruik een geschikt en toegelaten middel
Gebruik alleen een middel dat geschikt is voor:
- de bedoelde toepassing;
- de aanwezige materialen;
- professioneel gebruik wanneer dat vereist is;
- oppervlakken in een voedselomgeving;
- direct of indirect voedselcontact indien van toepassing.
Het Ctgb geeft aan dat niet ieder desinfectiemiddel voor iedere toepassing geschikt is. Lees daarom altijd het wettelijke gebruiksvoorschrift en controleer of het middel bedoeld is voor de oppervlakken en omgeving waarin u het gebruikt.
Volg exact:
- voorgeschreven dosering;
- inwerktijd;
- gebruikstemperatuur;
- beschermingsmaatregelen;
- ventilatievoorschriften;
- instructies voor naspoelen;
- instructies voor drogen.
Een desinfectiemiddel mag nooit op voedsel of verpakkingen terechtkomen, tenzij het middel en het gebruiksvoorschrift dit specifiek toestaan.
Laat oppervlakken volledig drogen
Verwijder achtergebleven water uit:
- vloerhoeken;
- deurprofielen;
- rubberplooien;
- rekverbindingen;
- paneelnaden;
- lekbakken;
- afvoerzones.
Plaats alleen volledig droge rekken en onderdelen terug. Zo voorkomt u dat vocht opnieuw vuil vasthoudt of condens- en corrosieproblemen veroorzaakt.
Controleer de koelcel voordat producten teruggaan
Controleer na het reinigen:
- of alle schoonmaakmaterialen zijn verwijderd;
- of geen chemische geur aanwezig blijft;
- of wanden, vloer en rekken droog zijn;
- of de condensafvoer vrij is;
- of de deur goed sluit;
- of het deurrubber correct aansluit;
- of ventilatieopeningen vrij zijn;
- of sensoren en verlichting onbeschadigd zijn;
- of de installatie zonder foutmelding start;
- of ventilatoren normaal draaien;
- of de temperatuur terugkeert naar de vereiste waarde.
Plaats producten pas terug wanneer de koelcel de voorgeschreven bewaartemperatuur heeft bereikt en de schoonmaakprocedure volledig is afgerond.
Registreer de koelcel schoonmaak
Leg volgens uw HACCP-plan of hygiënecode vast:
- datum en tijd;
- uitgevoerde werkzaamheden;
- gebruikte middelen;
- medewerker die de schoonmaak uitvoerde;
- gevonden beschadigingen;
- temperatuur vóór en na reiniging;
- eventuele correctieve maatregelen;
- melding aan technische dienst of koelmonteur.
Registratie helpt aantonen dat de koelcel hygiëne structureel wordt beheerst en maakt terugkerende problemen zichtbaar.
Maak een risicogestuurd schoonmaakschema
Er bestaat geen universele frequentie voor iedere koelcel. Het schema hangt af van productsoort, gebruik, lekkagerisico, hoeveelheid verkeer en uw hygiënecode.
Een praktisch schema kan onderscheid maken tussen:
Direct na vervuiling
- Gemorste producten verwijderen.
- Beschadigde verpakkingen afvoeren.
- Vloeistoffen veilig opnemen.
- Getroffen oppervlak reinigen.
Dagelijkse controle
- Vloer en deuropening controleren.
- Handgreep reinigen.
- Afval en verpakkingsmateriaal verwijderen.
- Temperatuur registreren.
- Lekkage of condens melden.
Wekelijkse of planmatige reiniging
- Rekken en moeilijk bereikbare plaatsen reinigen.
- Deurrubber en kozijn controleren.
- Hoeken en afvoer inspecteren.
- Wanden controleren op vuil en condens.
Periodieke uitgebreide schoonmaak
- Voorraad gecontroleerd verplaatsen.
- Alle rekken reinigen.
- Wanden, plafond en vloer volledig behandelen.
- Schade en corrosie registreren.
- Technische onderdelen professioneel laten controleren.
Pas frequenties altijd aan uw eigen HACCP-plan, productrisico’s en erkende hygiënecode aan.
Wanneer is technisch onderhoud nodig in plaats van alleen schoonmaken?
Een schone koelcel is niet automatisch een technisch gezonde koelcel. Dagelijkse schoonmaak vervangt geen professionele inspectie of onderhoud.
Schakel een koelmonteur in wanneer:
- de verdamper diep vervuild is;
- ijsvorming na reiniging terugkomt;
- water onder de verdamper blijft verschijnen;
- de condensafvoer steeds verstopt raakt;
- de ventilator lawaai maakt of niet draait;
- de temperatuur schommelt;
- de compressor vrijwel continu draait;
- condens op wanden of plafond terugkomt;
- panelen, kitnaden of vloer beschadigd zijn;
- roest of corrosie aanwezig is;
- een foutcode wordt weergegeven;
- de koelcel na schoonmaak niet op temperatuur komt.
MEP Koeltechniek kan tijdens professioneel koelcel onderhoud de verdamper, condensor, ventilatoren, afvoer, sensoren, deurafdichting en koelprestaties controleren.
Gebruik daarnaast de koelcel onderhoud checklist om hygiënische en technische controles beter op elkaar af te stemmen.
Conclusie: een koelcel reinigen zonder technische schade
Een koelcel schoonmaken vraagt om meer dan een emmer water en een sterk schoonmaakmiddel. De juiste aanpak beschermt zowel de voedselveiligheid als de koelinstallatie.
De vijf belangrijkste stappen zijn:
- bescherm producten en bereid de installatie veilig voor;
- reinig rekken, deur, wanden en plafond van boven naar beneden;
- maak vloer, hoeken en condensafvoer met beperkt water schoon;
- behandel de verdamper als een kwetsbaar technisch onderdeel;
- desinfecteer waar nodig, laat alles drogen en registreer de werkzaamheden.
Medewerkers kunnen dagelijkse vervuiling, vloeren, rekken, deur en bereikbare oppervlakken reinigen. Diepe vervuiling in de verdamper, elektrische onderdelen, ventilatoren, sensoren en het koudemiddelcircuit horen bij professioneel technisch onderhoud.
Wilt u uw koelcel laten reinigen en technisch controleren zonder risico op beschadiging? Plan koelcel onderhoud bij MEP Koeltechniek of bel 06 2545 5441.
Veelgestelde vragen over een koelcel schoonmaken
Hoe vaak moet ik een koelcel schoonmaken?
De frequentie hangt af van producten, gebruik, vervuilingsrisico en uw hygiënecode. Gemorste producten moeten direct worden verwijderd. Handgrepen, vloer en zichtbare vervuiling vragen doorgaans vaker aandacht dan een volledige periodieke reiniging.
Welk schoonmaakmiddel mag ik in een koelcel gebruiken?
Gebruik een middel dat geschikt is voor de paneelcoating, vloer, rekken en voedselomgeving. Volg altijd het etiket, veiligheidsinformatieblad, materiaalvoorschriften en uw HACCP-plan.
Mag ik een koelcel met een hogedrukreiniger schoonmaken?
Dat is meestal niet verstandig. Water onder druk kan paneelnaden, isolatie, sensoren, ventilatoren en elektrische onderdelen beschadigen. Gebruik een gecontroleerde hoeveelheid water en een geschikte zachte reinigingsmethode.
Moet de koelinstallatie uit tijdens het schoonmaken?
Dat hangt af van de werkzaamheden en installatie. Bij werk rond ventilatoren, verdamper en elektrische onderdelen moet onverwacht inschakelen worden voorkomen. Volg de fabrikant of laat de installatie veilig isoleren door een bevoegde persoon.
Kan ik de verdamper zelf reinigen?
Alleen bereikbare buitenoppervlakken kunnen mogelijk volgens de handleiding voorzichtig worden afgenomen. Diepe reiniging van lamellen, lekbak, ventilatoren en sensoren kunt u beter door een koelmonteur laten uitvoeren.
Wat is het verschil tussen reinigen en desinfecteren?
Reinigen verwijdert zichtbaar vuil, vet en productresten. Desinfecteren vermindert micro-organismen met een toegelaten middel. Een vuil oppervlak moet altijd eerst worden gereinigd voordat desinfectie effectief kan zijn.
Wanneer mogen de producten terug in de koelcel?
Pas wanneer alle oppervlakken droog zijn, eventuele chemische resten volgens het voorschrift zijn verwijderd en de koelcel weer de vereiste bewaartemperatuur heeft bereikt.
Wanneer moet ik een koelmonteur inschakelen?
Schakel een monteur in bij diepe vervuiling van de verdamper, terugkerend ijs of condens, lekkage, een verstopte afvoer, ventilatorproblemen, foutcodes of een temperatuur die na de schoonmaak niet herstelt.

